Wat moet ik als bewindvoerder doen indien de beschermde persoon erfgenaam wordt?

Wanneer een beschermde persoon erfgenaam wordt, is het belangrijk om als bewindvoerder niet zomaar zelf beslissingen te nemen. Een erfenis kan namelijk niet alleen een voordeel zijn, maar ook risico’s inhouden, bijvoorbeeld wanneer er schulden zijn. Daarom voorziet de wet een duidelijk kader.

  1. Eerst moet je nagaan of de beschermde persoon effectief erfgenaam is. Dit gebeurt meestal via de notaris, bijvoorbeeld aan de hand van een akte van erfopvolging. Vervolgens is het belangrijk om de nalatenschap goed te analyseren. Zijn er schulden? Zijn er meerdere erfgenamen? Wat is de waarde van de erfenis? Als bewindvoerder heb je de verantwoordelijkheid om dit correct in kaart te brengen.
  2. Daarna moet er een keuze gemaakt worden: de nalatenschap kan zuiver aanvaard worden, aanvaard worden onder voorrecht van boedelbeschrijving, of verworpen worden. Deze keuze is belangrijk en kan grote gevolgen hebben voor het vermogen van de beschermde persoon.

Wanneer de beschermde persoon erfgenaam wordt, mag je als bewindvoerder niet zomaar zelf beslissen om de nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen. Hiervoor is in principe een machtiging van de vrederechter nodig. Omdat er vaak ook een notaris betrokken is en de gevolgen groot kunnen zijn, laat je dit best goed nakijken vóór je stappen zet. Ook na de aanvaarding stopt je taak niet. Het beheer van de erfenis moet correct gebeuren, en voor belangrijke handelingen, zoals de verkoop van een woning, is opnieuw toestemming van de vrederechter nodig. Daarnaast moet alles goed bijgehouden worden, zodat je correct kan rapporteren.

Een erfenis vraagt dus een zorgvuldige aanpak. Door niets te overhaasten en de juiste stappen te volgen, kan je problemen vermijden en ervoor zorgen dat de belangen van de beschermde persoon centraal blijven staan. Bij twijfel is het aangewezen om contact op te nemen met de notaris of het vredegerecht, zodat de juiste procedure gevolgd wordt.