Wat gebeurt er met het geld na overlijden van de beschermde persoon?
Wanneer de beschermde persoon overlijdt, stopt het bewind meteen. Veel bewindvoerders vragen zich dan af wat er gebeurt met het geld en wie daar nog toegang toe heeft. Vanaf het moment van overlijden behoort het vermogen niet langer tot het bewind, maar tot de nalatenschap. Dat betekent dat het geld in principe toekomt aan de erfgenamen, volgens de wettelijke regels of een eventueel testament. Als bewindvoerder mag je vanaf dat moment in principe geen verrichtingen meer doen op de rekeningen, behalve wat strikt nodig is om het dossier correct af te sluiten.
In de praktijk worden de rekeningen meestal geblokkeerd zodra de bank op de hoogte is van het overlijden. Dit gebeurt om de nalatenschap te beschermen. De verdere afhandeling verloopt via een notaris, die nagaat wie de erfgenamen zijn en hoe alles verdeeld moet worden. De bank zal de gelden pas vrijgeven wanneer de nodige documenten in orde zijn, zoals een overlijdensakte en een akte of attest van erfopvolging.
Jouw rol als bewindvoerder stopt dus inhoudelijk, maar je moet wel nog zorgen voor een correcte afsluiting. Dat betekent dat je een eindverslag en eindafrekening opstelt voor de vrederechter, meestal binnen de maand na het overlijden. Daarin geef je een overzicht van de laatste inkomsten, uitgaven en verrichtingen. Dit is belangrijk voor de verdere afhandeling van de nalatenschap door de notaris en de erfgenamen.
Hoewel je mandaat stopt, blijft een correcte administratie dus cruciaal. Hoe beter je alles hebt bijgehouden, hoe vlotter deze overgang verloopt en hoe minder vragen er achteraf komen. Digitale tools zoals ROOV kunnen helpen om dat overzicht snel te maken, zodat je het dossier netjes kan afsluiten en alles correct kan doorgeven.
Bekijk ook onze gids voor familiale bewindvoering:
Vragen? Sluit je aan bij onze Whatsapp groep:

